Steven BLADE Ogburn

Als tiener in New York in de jaren ’70, zag Steven Ogburn vanaf zijn dak in de Bronx treinen over het verhoogde spoor rijden. De treinen werden zijn canvas, het spoor zijn galerie. Het publiek, de milioenen forensen die dagelijks op en neer reden van en naar het centrum van de stad.

Blade-King of Graffiti

In de vroege jaren ’70 stond de graffiti- en streetart cultuur die in de jaren ’80 zou uitgroeien tot een wereldwijde beweging, nog in de kinderschoenen. Tot 1972 maakte Blade vooral “single hits”, eenvoudige tags op muren en in treincoupe’s. Deze vormen ontwikkelden zich tot complexe structuren, toen hij ook de buitenkant van de treinen ging bewerken. Treinen werden Blade’s favoriete medium. Tussen 1972 en 1984 voorzag hij er meer dan 5000 van de naam BLADE. Het bezorgde hem onder vrienden en tijdgenoten de bijnaam “King of Trains”. As lid van de graffiti groep “TC5” (The Crazy 5) heerste BLADE over de metrolijnen no. 2 en 5. Om de treinen te bereiken riskeerde hij ongelukken en confrontaties met de politie. Vaak moest hij halsbrekende toeren uithalen om, met een zak spuitbussen tussen de tanden geklemd, zijn doel te bereiken. De risoco’s waren de moeite waard. De lijnen 2 en 5 rijden van de Bronx, via Manhattan en Central Park naar Brooklyn, zodat zijn werk in de hele stad te zien was, en alom bekend werd als een echte New Yorkse icoon.

De ontwikkeling van graffiti stijlen

Blade heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de vernieuwing van graffiti- en streetart. In de jaren 1972-1984 ontwikkelde hij diverse klassieke vormen van graffiti, waaronder in 1974de “overlappende driedimensionale letter”, en in 1977 de “driedimensionale blockbuster stijl”. Hier liggen de wortels van de “Wild Style” die 30 jaar later nog steeds geldt als een van de meest populaireen geraffineerde graffiti stijlen. In 1980 bedacht hij de samen met graffiti artiest Comet 1 de “Blockbuster”. Deze grote vierkante letters waren ideaal om grote oppervlakken op treinwagons te bestrijken. “Je moest op vijf blokken afstand kunnen zien wat er op die trein geschreven stond,” aldus Blade.

“Wild Style” en “Style Wars”

In 1981 presenteerde de P.S.I.Gallery in New York de nu legendarische New York/New Wave expositie, met werk van graffiti-artiesten als BLADE, DONDI, SEEN, en LEE, en door graffiti beïnvloede kunstenaars als Keith Haring en Jean-Michel Basquiat. BLADE exposeerde ook in de Fun Gallery in Manhattan, mede opgericht door Patti Astor. Astor produceerde en speelde een hoofdrol in de film “Wild Style” uit 1982, met de underground graffiti en hip-hop cultuur in New York als basis voor het verhaal. BLADE en zijn treinschilderijen namen in de film een prominente plaats in. In hetzelfde jaar kwam de documentaire “Style Wars” uit, een integer en diepgravend portret van authentieke helden en nieuwkomers in de New Yorkse streetart-, muziek-, en breakdance scene. Filmmaker Tony Silver leerde BLADE kennen en omschreef hem als “iemand die opviel” en”ambities had om een serieus kunstenaar te worden.” Een foto van BLADE, bezig met het inladen van doeken in zijn auto, staat in Martha Coopers boek,”The Hip-Hop Files”. Haar foto’s van zijn treinwerk staan in het boek “Subway Art.”

“Style Wars” won de hoofdprijs in de categorie documentaires op het Sundance Festival in 1984. In 2003 werd de “Style Wars” opnieuw uitgebracht, met een begeleidende documentaire,”Style Wars: Revisited”, en oogste opnieuw lof tijdens intenationale filmfestivals. “Revisited” bevat een levendig interview met BLADE, waarin hij terug kijkt op zijn beginjaren als graffiti-artiest.

Van metaal naar doek

In de vroege jaren ’80 begon de New Yorkse kunstscene waardering te krijgen voor graffiti als kunstvorm. BLADE’s werk maakte deel uit van graffiti-exposities in gerenomeerde galeries. Zoals veel tijdgenoten had geen er geen moeite mee om te schakelen naar werk op doek. De exposities werden een commercieel succes. Hoewel er ook veel kritiek was binnen de kunstwereld, stelden ze BLADE in staat zich te ontwikkelen als beeldend kunstenaar en de aandacht te trekken van serieuze kunstverzamelaars.

In 1984 had hij zijn eerste tentoonstelling in Amsterdam. Alleen of met collega kunstenaars, was zijn werk te zien tijdens exposities in Europa en Amerika. De naam BLADE bereikte iconische proporties. Tijdens de Guernsey’s Auction in 2000, een belangrijke veiling van graffiti-kunst, kocht Paul McCarthney een van zijn werken. In 2003 stond een werk van BLADE op de cover van de Sotheby’s catalogus van de “Writing on the Wall” groeps expositie. In 2004 exposeerde hij in Australië en Nieuw Zeeland, en in de jaren daarna volgden tal van exposities in New York en California. In 2007 nam hij deel aan drie exposities in Parijs en een in Copenhagen.

Recent maakte zijn werk deel uit van een omvangrijk retrospectief getiteld “Art in the Streets” in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles and the Brooklyn Museum.

Nieuw werk

In 2001 hernieuwde BLADE zijn Amsterdamse connectie met een expositie bij ArTicks Gallery, onder de titel “The King’s New Line” De tentoonstelling ging gepaard met evenementen als de “graffiti-barbeque” waar BLADE met andere graff-artiesten en gasten grootschalig uitpakten op enorme muuroppervlakken. De expositie bevatte ook solowerk door BLADE en doeken met Daniel RECAL Oosterman.

Comments are closed.